Overgangsnormen

Op de overgangsvergadering, gevormd door alle docenten die aan de leerling lesgeven, wordt aan de hand van het eindrapport beslist over het al dan niet bevorderen van een leerling. Een rapport zonder onvoldoendes leidt tot directe bevordering. Als er wel onvoldoendes op het rapport staan, kan besloten worden tot bevorderen, tot bevorderen met een of twee taken of tot afwijzen. Dit is mede afhankelijk van:

·        het aantal onvoldoendes

·        de waarde van de onvoldoendes (het aantal tekortpunten)

·        de compensatie veroorzaakt door (de hoogte van) voldoendes voor andere meeruursvakken (het aantal pluspunten)

 

De volgende begrippen zijn daarbij van belang:

·        meeruursvakken (MUV’s) = vakken die in het betreffende jaar minimaal 2 lesuren per week op jaarbasis worden aangeboden

·        minwaarde = aantal onvoldoendes + aantal tekortpunten

·        pluswaarde = aantal pluspunten in meeruursvakken

 

Minwaarde

 

Pluswaarde

Cijfers

MW

 

cijfer

PW

5

2

 

7

1

4

3

 

8

2

5 5

4

 

9

3

3

4

 

10

4

4 5

5

 

 

 

5 5 5

6

 

 

 

4 4

6

 

 

 

3 5

6

 

 

 

4 5 5

7

 

 

 

5 5 5 5

8

 

 

 

 

Voor bevordering gelden de volgende richtlijnen:

·        minwaarde £ 4: bevorderd (evt. met vriendschappelijke taken)

·        minwaarde ³ 8: afgewezen

·        minwaarde 5, 6 of 7: bespreekzone met keuze uit: B, T, TT of A

 

klas 1 t/m 4

Pluswaarde MUV’s

Minwaarde

 

£ 3

4

5

6

³ 7

5

A

TT

T

B

B

6

A

A

TT

T

B

7

A

A

A

TT

T

klas 5

Pluswaarde MUV’s

Minwaarde

 

£ 2

3

4

5

³ 6

5

A

TT

T

B

B

6

A

A

TT

T

B

7

A

A

A

TT

T

 

 

 

 

 

 

 

 

Verklaring van de letters:
B=bevorderen  A=afwijzen
T=taak             TT=twee taken

 

 

Voor de bovenbouw gelden de volgende extra normen:

·        klas 4: maximaal één onvoldoende voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (N.B. bij het cijfer 4 voor één van de kernvakken NE, EN of WI wordt voor het betreffende vak een taak opgelegd);

·        klas 5: maximaal één onvoldoende, niet lager dan een 5, voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (N.B. het cijfer 4 voor maximaal één van de kernvakken NE, EN of WI wordt beschouwd als “bespreekzone met als richtlijn Afwijzen”; voor een diepere onvoldoende of een cijferbeeld met méér onvoldoendes geldt de norm “Afwijzen”);

·        klas 5: een leerling met een cijferbeeld op het rapport in klas 5 dat in klas 6 zou leiden tot een diploma, wordt in alle gevallen (eventueel met taken) bevorderd;

 

Overige opmerkingen:

·        Bij het vaststellen van de pluswaarde wordt onderscheid gemaakt tussen meeruurs­vakken (MUV’s) en overige vakken.

·        Bij het vaststellen van de minwaarde (onvoldoendes) tellen alle vakken in principe even zwaar mee. De volgende combinaties vormen hierop een uitzondering:
o  klas 1: filosofie, muziek en drama (weging 1:1:1)
o  klas 2: filosofie en beeldende vorming (weging 1:1)
o  klas 2: muziek en drama (weging 1:1)
o  klas 2 (Fast Lane English-klas): film en muziek (weging 1:1)
o  klas 3: beeldende vorming, film en drama (weging 1:1:1)
o  klas 3 (Fast Lane English-klas): film en drama (weging 1:1)

o  klas 4: wetenschapsfilosofie en maatschappijleer (weging 1:1). Het gemiddelde cijfer van de vakken wetenschapsfilosofie en maatschappijleer wordt na de vierde klas als één cijfer geteld. Het cijfer voor maatschappijleer mag niet onder de 4 zijn.

o In de vijfde klas ’16-’17 geldt een overgangsregeling voor de cijfers ANW en maatschappijleer: het ANW eindcijfer wordt berekend en telt mee, gemiddeld met het cijfer maatschappijleer. Het eindcijfer ANW mag niet onder de 4 zijn. In de vijfde klas van ’17-’18 vervalt deze opmerking.

o  klas 5 (kunstvak): voor de bevordering van klas 5 naar klas 6 telt het gemiddelde cijfer van het theoretische vak (Kunst Algemeen) en het praktische vak (Kunst beeldend/film of drama).

o Een leerling moet aan het einde van de vijfde klas voldaan hebben aan het handelingsdeel LO.

 

 

Taken en herexamens

Het opleggen van een taak heeft tot doel een leerling in de gelegenheid te stellen lacunes in de stof weg te werken en beter voorbereid het volgende schooljaar te beginnen. De taak sluit bij voorkeur af met een toets. Na de zomer volgt een leerling met een taak bij voorkeur plusles of individuele steunles in het betreffende vak.

I n  geval de taak niet voldoende is afgerond moet deze opnieuw worden afgerond. Wanneer de taak daarna opnieuw niet in orde wordt bevonden, telt het onvoldoende cijfer dat voor de toets wordt gehaald mee als een proefwerk­cijfer voor het eerste rapport. Bij niet inleveren van de taak is dat het cijfer 1.

 

Voor taken gelden de volgende richtlijnen:

·        Opgelegde taken hebben bij voorkeur betrekking op vakken die de leerling ook in de volgende klas houdt.

·        Een cijfer 3 voor een meeruursvak dat de leerling het volgende jaar houdt, leidt bij bevordering altijd tot het opleggen van een taak voor dat vak.

·        Een cijfer 4 voor één van de kernvakken NE, EN of WI leidt bij bevordering naar de 5e klas altijd tot het opleggen van een taak voor dat vak.

·        Een leerling met een onvoldoende voor klassieke talen in klas 1 is altijd een bespreekgeval, waarbij de mogelijkheid van een taak voor Latijn en/of Grieks door de vergadering wordt overwogen.

 

Een herexamen wordt alleen opgelegd bij hoge uitzondering en in afwijking van de overgangsnormen. Een herexamen heeft tot doel om een leerling de gelegenheid te geven het schooljaar te verlengen door de beslissing over bevorderen of afwijzen uit te stellen tot na de zomervakantie.